Inentingen kat

Elk kitten krijgt via de moedermelk afweerstoffen tegen ziekten. Zodra deze weerstand verdwijnt (tussen de 6 en 16 weken leeftijd) kan het kitten zelf weerstand opbouwen. 
Voorkomen is beter dan genezen                 Vaccinatie is bedoeld om weerstand op te bouwen zonder echt ziek te worden. Om deze weerstand te behouden moeten inenting worden herhaald. Bij niesziekte is dit jaarlijks. Voor kattenziekte volstaat een keer per 3 jaar. Ook is het mogelijk om met bloedonderzoek (titerbepalingen) te onderzoeken of herhaling van een vaccinatie aan te raden is. Op deze manier voorkom je onnodige vaccinatie. Deze methode is wel duurder dan enten volgens een vast schema. 

                               Inentingen kitten

Kittens worden in de eerste weken van hun leven beschermd door afweerstoffen die in de moedermelk zaten. Tussen de 6 en 16 weken leeftijd verdwijnt deze moeder-weerstand (maternale-immuniteit). Kittens zijn op deze leeftijd erg gevoelig voor het oplopen van infecties. 
Dit is de reden dat u beter geen kittens kunt kopen in dierenwinkels. Kittens van verschillende nestjes worden samengebracht in een nieuwe omgeving. Als één kitten ziek wordt, worden ze dat waarschijnlijk allemaal. 
  - 6 weken enting

Wordt aangeraden bij kittens waarbij de moeder in het jaar voor de dracht niet gevaccineerd is, bijvoorbeeld bij zwerfdieren.
  - 8-9 weken enting

Standaard worden kittens voor het eerst gevaccineerd op 8 - 9 weken leeftijd tegen Kattenziekte en Niesziekte (calicivirus en herpesvirus).
Chlamydophilia, Bordetella (beide kunnen niesziekte veroorzaken) en FeLV kan ook op deze leeftijd worden gegeven. Deze vaccinaties zijn niet-standaard.
  - 12 weken enting

De Kattenziekte en Niesziekte entingen worden standaard herhaald op 12 weken leeftijd. Voor Bordetella (neusenting) is dat niet nodig. 
Ook enting tegen hondsdolheid (Rabiës) is vanaf deze leeftijd mogelijk. Drie weken na deze vaccinatie mag de kat meegenomen naar het buitenland, of vanuit het buitenland naar Nederland. 
  - 16 weken enting

We adviseren vaccinatie op 16 weken:

  • op plekken waar de infectiedruk hoog is (zoals asiels en eventueel catteries)
  • als de moederpoes recent gevaccineerd is of een natuurlijke infectie heeft doorgemaakt

Inenting volwassen kat

- 1 jaar leeftijd enting

Standaard worden alle eerder gegeven vaccinaties op 1 jarige leeftijd herhaald. 
 

- Jaarlijkse herhaling

De vaccinatie tegen niesziekte (standaard: calici en herpesvirus, optioneel: Chlamydophilia en Boretella) kan het best jaarlijks worden herhaald.

Ook vaccinaties tegen FeLV kunnen het best jaarlijks worden herhaald. 

Bij binnenkatten kan de Niesziekte vaccinatie worden uitgesteld. Let daarbij wel op de volgende zaken:

  • Niesziekte kan ook door handen en kleding worden overgebracht.
  • Bij bezoek aan bijvoorbeeld de dierenarts komen ook binnenkatten in aanraking met de virussen van zieke katten. 

- 3-jaarlijkse herhaling

Kattenziekte wordt standaard elke 3 jaar herhaald.

Ook hondsdolheid dient elke 3 jaar te worden herhaald (zolang de kat wordt meegenomen naar het buitenland).
 

Vaccicheck titerbepaling

Voordat de dierenarts de enting geeft, kan hij/zij meten hoe hoog de antlichamen in het bloed zijn.

De titer tegen kattenziekte is betrouwbaar.
De titers tegen niesziekte zijn niet 100% betrouwbaar en wij raden jaarlijkse vaccinatie aan, onafhankelijk van de titer.
 

Bijwerkingen van vaccinaties

Op internet wordt veel gewaarschuwd voor de bijwerkingen van vaccineren. Het is inderdaad niet uitgesloten dat uw kat bijwerkingen krijgt na een inenting. 

De meest voorkomende bijwerkingen zijn een dikte op de plek van vaccineren en een allergische reactie. In uitzonderlijke gevallen kan dit leiden tot de dood van uw huisdier. De kans op al deze bijwerkingen is overigens zeer klein. 
Een weinig voorkomende, maar ernstige, bijwerking van  injecties is de Injection Site Sarcoma. Dit is een kwaadaardige tumor die veel schade aanricht op de plek waar hij zit. Om deze reden raden we af een kat injecties te geven tussen de schouderbladen. Een injectie op de flank, achterpoot of staart is beter. 

Als een dier niet (goed) gevaccineerd is, kan hij/zij ziek worden als hij/zij in aanraking komt met een ziekmakend virus. Bij het Medisch Centrum voor Dieren zien we regelmatig katten met Niesziekte. Niet zelden verloopt een dergelijke ziekte dodelijk of geeft blijvende (chronische) klachten.

Fabrikanten van vaccins verbeteren steeds hun producten. De meeste moderne vaccins zijn (nog) veiliger dan de oudere producten.

 

Chlamydophila infectie bij de kat

 

Feline chlamydiose is een ziekte bij de kat die wordt veroorzaakt door de bacterie Chlamydophila felis. Er bestaan verschillende soorten Chlamydiabacteriën. In de meeste gevallen is deze bacterie zeer gastheerspecifiek, dat wil zeggen dat elke soort slechts één of enkele diersoorten besmet. De bacterie die katten besmet, Chlamydophila felis, heeft zich sterk aangepast aan de kat en veroorzaakt zelden tot nooit ziekte bij andere dieren.

Chlamydophila-bacteriën zijn erg gevoelig en kunnen maar beperkte tijd in de omgeving overleven. Een infectie treedt daarom op via direct contact tussen dieren.

Wat voor ziekte veroorzaakt Chlamydophila felis bij de kat?

Chlamydophila felis veroorzaakt vooral een conjunctivitis (een infectie en ontsteking van de slijmvliezen die de binnenzijde van de oogleden en het witte gedeelte van de oogbol bekleden). Binnen enkele dagen tot een week na infectie ontstaan er symptomen, die meestal beginnen met een waterige uitvloeiing van één of beide ogen. Hoewel in sommige gevallen slechts één oog geïnfecteerd is bij de eerste symptomen, zijn binnen enkele dagen beide ogen geïnfecteerd. Door de pijn zullen veel katten hun ogen gedeeltelijk dichtknijpen.

Wanneer de ziekte zich voortzet, kan er een behoorlijke zwelling en roodheid van de slijmvliezen ontstaan en zal de uitvloeiing veranderen van waterig tot een dikkere geelkleurige uitvloeiing.

Hoewel de conjunctivitis het belangrijkste symptoom is, kan er ook een milde vorm van niezen en neusuitvloeiing worden waargenomen bij sommige katten. In een enkel geval heeft de kat koorts die leidt tot lusteloosheid en gebrek aan eetlust, maar in het algemeen blijft de kat alert en eet normaal. Wanneer een behandeling uitblijft, kan de conjunctivitis wel zes tot acht weken of langer aanhouden en blijft de kat nog maanden de bacterie uitscheiden.

Hoewel Chlamydophila felis vooral leidt tot een conjunctivitis, kan deze bacterie ook worden aangetroffen in de longen, het maagdarmkanaal en in de voortplantingsorganen en er wordt gedacht dat deze bacterie kan leiden tot onvruchtbaarheid bij de poes.

Welke katten lopen gevaar op infectie?

Een infectie met Chlamydophila felis komt relatief vaak voor. Omdat de bacterie niet goed kan overleven in de omgeving is direct contact tussen katten nodig voor verspreiding van de infectie. Daarom komt deze ziekte veel vaker voor op plaatsen waar meerdere katten samen worden gehouden, zowel in huis als in het pension of het asiel.

Hoewel katten van elke leeftijd geïnfecteerd kunnen worden, wordt de ziekte het meest aangetroffen bij kittens (5-12 weken oud) die blijvend geïnfecteerd zijn of lijden aan een terugkerende infectie.

Zijn er andere oorzaken van conjunctivitis?

Hoewel een infectie met Chlamydophila felis een veel voorkomende oorzaak is van een conjunctitivis bij de kat, zijn er diverse andere mogelijke oorzaken. Deze kunnen variëren van oogbeschadiging, een aanhoudende oogirritatie door een vreemd voorwerp in het oog of haren die tegen het oogoppervlakte schuren en andere infectieuze oorzaken.

De veroorzakers van niesziekte (herpes- en calicivirus) zijn veelvoorkomende oorzaken van niezen in combinatie met oog- en neusuitvloeiing bij de kat en ze kunnen ook leiden tot een conjunctivitis. Net als bij een Chlamydophila infectie, komt niesziekte vooral voor bij kittens en op plaatsen waar meerdere katten samenleven. Sommige katten raken besmet met Chlamydophila en de beide niesziekte virussen.

Hoe wordt de diagnose chlamydiose gesteld?

Omdat er meerdere oorzaken mogelijk zijn bij een conjunctivitis, is een definitieve diagnose alleen te stellen door de aanwezigheid van de bacterie aan te tonen. Er kan een uitstrijkje genomen worden van de ogen van een zieke kat dat wordt opgestuurd naar een laboratorium waar Chlamydophila felis kan worden aangetoond (door middel van een bacteriekweek of een andere speciale techniek). Dit is in de meeste gevallen de meest betrouwbare manier om een diagnose te stellen.

Hoe wordt een infectie met Chlamydophila felis behandeld?

Een infectie met Chlamydophila felis reageert goed op diverse antibiotica, maar er moet een zorgvuldige keuze gemaakt worden, omdat een aantal antibiotica geen effect heeft op deze bacterie. Een lokale therapie met oogdruppels of een oogzalf wordt geadviseerd, maar moet altijd gecombineerd worden met het toedienen van systemische medicijnen (via de bek ingeven), omdat de bacterie zich vaak óók op andere plaatsen in het lichaam bevindt.

Normaal gesproken wordt een behandelingsduur van vier weken aanbevolen en moeten alle katten in huis behandeld worden, of ze nu symptomen vertonen of niet. Het behandelen van drachtige poezen en kittens moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren, want sommige middelen kunnen tijdens de ontwikkeling van het gebit leiden tot verkleuringen van de tanden en kiezen.

Kan chlamydiose voorkomen worden?

Er bestaat een vaccin dat bescherming biedt tegen een Chlamydophila-conjunctivitis bij de kat. Het vaccin biedt geen 100% bescherming tegen een infectie, maar het is zeker zinvol om ernstige klinische ziekte te voorkomen. Het vaccin wordt vooral geadviseerd voor situaties waar een grotere kans op besmetting bestaat, zoals catteries en pensions.

Kunnen mensen geïnfecteerd raken door hun kat?

Mensen kunnen besmet raken met Chlamydia, maar de bacterie die katten infecteert, Chlamydophila felis, is sterk aangepast aan de kat en de kans op besmetting van mensen is daardoor uiterst laag. Er zijn slechts één of twee gevallen bekend van mensen met een conjunctivitis na contact met een kat die Chlamydophila felis bij zich droeg. Goede hygiënische maatregelen worden geadviseerd wanneer u contact heeft met besmette katten of deze behandelt. Deze bestaan uit: handen wassen na het aaien van de kat of het toedienen van medicijnen en direct contact tussen het eigen gezicht en dat van de kat vermijden tot de infectie volledig verdwenen is.

Acute en chronische niesziekte

Niesziekte is een veel voorkomende aandoening bij kittens en volwassen katten. De ernst van de klachten kan sterk variëren. Katten kunnen klachtenvrij drager zijn, maar ook aan de ziekte overlijden. Katten worden in Nederland standaard geënt tegen niesziekte.
 
ernstige acute niesziekte bij een niet-gevaccineerde kat
Ernstig acute niesziekte bij een niet-gevaccineerde kat 

Katten van alle leeftijden en rassen kunnen niesziekte krijgen. Net als bij andere infectieuze aandoeningen is de kans op het krijgen van niesziekte groter bij dieren die in grote groepen leven.

Katten die gebruikt worden in de fokkerij, kittens, katten wonend in asiels en zwerfkatten hebben een vergrote kans om de ziekte op te lopen.
 
Ongevaccineerde katten, kittens, oude katten en katten met een verminderde weerstand hebben een grotere kans om ernstig ziek te worden van niesziekte. Behalve een neusverkoudheid kunnen deze dieren ook een longontsteking krijgen. Door een slechte eetlust en uitdroging kan de algemene gezondheid van deze dieren snel verslechteren. In het ergste geval kunnen dieren aan de ziekte overlijden
 

ACUTE NIESZIEKTE

Oorzaken van acute niesziekte bij de kat 

De belangrijkste veroorzakers van niesziekte zijn:

  • Feline herpes virus (FHV, FHV-1, feline rhinotracheitis virus): geeft de ergste klachten (algehele malaise, oogontsteking, niesen, snotteren)
  • Feline calicivirus (FCV): geeft mildere klachten (ook zweertjes in de mond)

De klachten kunnen verergerd worden door bacteriën:

  • Bordetella bronchiseptica (met name bij groepen katten)
  • Chlamydophila felis, Chlamydophila psittaci (veel oogklachten, prut uit ogen)
  • Mycoplasma
  • diverse bacteriën

Symptomen van acute niesziekte

De typische verschijnselen van niesziekte zijn:

  • niesen, verkouden (neusuitvloeiing)
  • rode ogen, ooguitvloeiing
  • sloomheid
  • verminderde eetlust
  • koorts
  • jongere dieren hebben vaak heftigere verschijnselen: hoe jonger het dier, hoe zieker het is van niesziekte 

Sommige dieren hebben ook:

  • overmatig kwijlen door keelpijn (zweren). De zweertjes op de tong en het gehemelte worden veroorzaakt door het feline calicivirus.
  • beschadigingen van het hoornvlies (het doorzichtige deel van het oog)
  • hoesten
  • kreupelheid
  • benauwdheid (longontsteking)
  • oedemen (zwellingen in gezicht of aan poten)
  • abortus

Diagnose van acute niesziekte

De diagnose acute niesziekte wordt gesteld op basis van het klinische beeld. Er kan een monster worden afgenomen voor PCR onderzoek. PCR is een test waarbij we het erfelijk materiaal (DNA) van de ziekteverwekker aantonen.
 

Behandeling van acute niesziekte

Dieren die in groepen leven, moeten worden geïsoleerd om de verspreiding van de virussen in te dammen. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat niesziekte ook via de handen en kleren kan worden overgebracht.

Ernstig zieke dieren moeten worden opgenomen en behandeld:

  • infuus
  • helpen bij het eten (een kat die afvalt heeft minder weerstand)
  • pijnstilling
  • neusspoelen / dampen

Antibiotica
Bij acute niesziekte kunnen antibiotica gegeven worden (oogzalf, neusdruppels en tabletten) om de bijkomende bacteriën te doden.
 
Antivirale middelen
Er wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van antivirale middelen (Aciclovir, Famciclovir en aanverwante stoffen) bij herpesvirus infecties. Voor dit doel worden vergelijkbare middelen gebruikt als de middelen die bij de mens worden ingezet bij een koortslip (ook een herpesvirus).
Hoewel deze middelen de virus niet blijvend uit het lichaam kunnen verjagen, herstellen dieren mogelijk sneller en blijven klachten langer weg. Maar de indruk is toch dat de anti-herpesmedicijnen van de mens niet echt werken bij katten met niesziekte.
 
L-Lysine
L-lysine (Enisyl-F® ,een aminozuur, 2x daags 500mg, niet tegelijk geven met eten) wordt door sommigen aanbevolen om de verspreiding van niesziekte virussen via de ogen tegen te gaan. Er zijn studies die zeggen dat het werkt en studies die zeggen dat het niet werkt. Bijwerkingen lijkt het middel niet te hebben.
 
Interferon
Interferon (humaan of feline) wordt door sommigen gegeven. In een vroeg stadium van de ziekte zou het dure middel mogelijk helpen.
 

Prognose van acute niesziekte

  • De meeste katten genezen, maar de ziekte kan ook levensbedreigend zijn.
  • Als uw kat een ernstige vorm van niesziekte heeft, zal het weken duren voor uw kat genezen is.
  • Sommige katten houden blijvende schade over aan de ziekte. Het is goed mogelijk, dat de kat de hele tijd blijft snotteren, of dat de verschijnselen wel weggaan, maar steeds terugkomen

Voorkómen van niesziekte bij de kat 

Het vaccineren van katten en het mijden van plekken waar veel katten komen zijn belangrijke maatregelen om de kans op het krijgen van niesziekte te voorkomen.
 
De virussen worden uitgescheiden via de tranen, speeksel en neusuitvloeiing van zieke katten. Ook na herstel kan een dier nog maanden (soms levenslang) het Calicivirus bij zich dragen en andere katten besmetten. Het herpesvirus blijft in het lichaam van de kat en kan weer (soms zeer geringe) klachten geven bij een weerstandsvermindering. De koortslip bij de mens (ook een herpesvirus) doet hetzelfde.
 
Behalve door direct contact, kunnen de virussen ook overgedragen worden via de omgeving, handen en kleding. Het Calicivirus kan wel 10 dagen buiten de kat overleven. Katten die nooit in contact komen met andere katten, kunnen op die manier toch niesziekte krijgen. We raden daarom aan om alle katten te enten, ook de katten die nooit buiten komen.
 
Alcohol en de meeste andere desinfectantia doden het Calicivirus niet. Alleen hitte (kleding wassen op 60 graden) en chloor doden het Calicivirus.
Asielmedewerkers wordt aangeraden niesziekte katten te isoleren van gezonde katten (aparte ruimte, aparte water- en voederbakken) en beschermende kleding te dragen.
 

CHRONISCHE NIESZIEKTE 

Oorzaken van chronische niesziekte

Dieren die herstellen van acute niesziekte kunnen vergroeiingen hebben in de neus. Hierdoor blijft slijm in de neus staan, wat een goede voedingsbodem is voor bacteriën. Deze katten zijn chronisch of recidiverend (terugkerend) verkouden.

Het feline herpesvirus kan in zenuwweefsel latent aanwezig blijven, nadat de kat de niesziekte overwonnen lijkt te hebben. Af en toe kan het virus weer actief worden en dan gaat het zich weer vermeerderen in de voorste luchtwegen en het oogslijmvlies. Bij herpesvirus kan er dus sprake zijn van een her-infectie van binnenuit (vergelijk het met een koortslip). Zo’n her-infectie duurt vaak maar 3-5 dagen, omdat er snel een immuunrespons is.

Het feline calicivirus blijft in 10-40% van de gevallen aanwezig in de keelamandelen, nadat de kat de niesziekte overwonnen lijkt te hebben. En zo kan de kat zichzelf weer besmetten en ook andere katten.
 

Symptomen van chronische niesziekte

Katten met chronische niesziekte zijn vaak verkouden. De kat is verder niet ziek en de klachten komen en gaan, worden vaak niet erger. In sommige gevallen eet de kat minder goed en valt af.
 

Diagnose van chronische niesziekte 

Omdat chronische neusverkoudheid ook kan worden veroorzaakt door vreemde voorwerpen (grassprieten, haarballen, e.a.), poliepen, stricturen en tumoren is een rhinoscopie of CT scan nodig om de diagnose chronische niesziekte te bevestigen. Zeker als de neusuitvloeiing duidelijk uit één en niet uit beide neusgaten komt, is het verstandig om ook aan andere oorzaken dan niesziekte te denken.

Inwendig neusonderzoek (rhinoscopie) bij een kat onder narcose
Inwendig neusonderzoek (rhinoscopie) bij een kat onder narcose
 

Behandeling van chronische niesziekte

Er is geen behandeling voor chronische niesziekte bij de kat.

Antibiotica en neusdruppels geven wel verlichting, maar na het stoppen van de behandeling komen de problemen vrij snel terug.

Soms is er geen sprake van niesziekte, maar is er een andere oorzaak van chronische verkoudheid bij de kat. Als de oorzaak van de verkoudheid is vastgesteld, is een effectieve behandeling soms mogelijk.

Lees verder bij verkoudheid-kat
 
Bij chronische niesziekte is genezing niet mogelijk, maar kan de kat wel ondersteund worden met verlichtende maatregelen

  • stomen kan de neusuitvloeiing van de kat minder taai maken. Neem de kat mee in de badkamer!
  • neusdruppels (zoutoplossing) voor de baby kunnen in theorie gebruikt worden voor hetzelfde doel. Andere neusdruppels mogen maximaal 3 dagen worden gegeven. Maar in de praktijk lukt het vaak niet om de kat te druppelen….
  • onder narcose kan de neus effectiever worden gespoeld
  • bij een enkele kat helpt prednison
  • als een kat slecht ruikt en daarom minder goed eet, helpt het soms om het eten iets op te warmen, zodat het sterker gaat ruiken 

Niesziekte bij de mens 

Niesziekte is over het algemeen niet besmettelijk voor de mens. Alleen Bordetella bronchiseptica (komt alleen voor bij katten die leven in grote groepen) kan besmettelijk zijn voor mensen met een slechte weerstand.

 

      Katten-AIDS virus (FIV)

 

 

Door een succesvol zwerfdierenbeleid en goede diergeneeskundig zorg, komen de virussen FIV en FeLV in Nederland relatief weinig voor. Het blijft echter belangrijk om dieren te testen op deze dodelijke virussen. De kans dat dieren besmet worden moeten we zo klein mogelijk houden.
 

Kattenaids (FIV) 

FIV staat voor Feline Immunodeficiency Virus. Het virus is goed te vergelijken met HIV, de humane variant die (bij de mens) AIDS veroorzaakt.

Hoewel HIV en FIV erg op elkaar lijken,
kan je als mens niet ziek worden van FIV en
als kat niet van HIV.
 

Kattenaids is besmettelijk voor andere katten 

FIV wordt voornamelijk overdragen bij het vechten. Ongecastreerde katers vechten meer en hebben dus een verhoogd risico op het krijgen van dit virus.

FIV wordt (net als HIV bij de mens)  overgedragen bij seksueel contact, door vieze naalden en bloedtransfusies. In tegenstelling tot de mens wordt FIV meestal niet overgedragen van moederkat op kitten.
 

Symptomen kattenaids 

FIV heeft geen specifieke symptomen.

Katten die besmet zijn met FIV kunnen een verminderde weerstand en kanker krijgen.

In eerste instantie (2-6 maanden na infectie) heeft het dier vage klachten: moe, slechte vacht, koorts, vergrote lymfeknopen.

In tweede instantie (maanden tot jaren na de infectie) kan de kat afvallen, minder goed eten, blijvende diarree, gebitsproblemen of zweren in de mond krijgen. Ook ontstekingen van de luchtwegen, urinewegen (blaasontsteking) en huid komen vaak voor.

De meest voorkomende kanker veroorzaakt door FIV is maligne lymfoom / leukemie.
 

Diagnose kattenaids 

Een besmetting met FIV stellen we vast met behulp van een bloedtest.

De tijd tussen besmetting en een positieve test varieert sterk. Na een experimentele besmetting waren dieren na 2-4 weken positief. Veiligheidshalve houden we 2 maanden aan.
Kittens, jonger dan 6 maanden, kunnen antilichamen van hun moeder hebben meegekregen. Bij een positieve test moet de test na 2 maanden worden herhaald.
Bij een zwakke sneltest in de dierenkliniek, kan een monster naar het laboratorium worden gestuurd voor een aanvullende test (IFA of Western Blot).
 

Vaccin tegen kattenaids 

Er bestaat geen vaccin tegen kattenaids.

Alle katten die buiten komen lopen gevaar FIV te krijgen of zijn een gevaar, als ze FIV hebben.
 

Wat te doen bij een positieve FIV test 

  • Behandel de ziekteverschijnselen (indien mogelijk)
  • Neem geen nieuwe katten in huis
  • Zorg voor een goede weerstand (vaccinatie, goed eten) en zorg ervoor dat uw kat goed gevaccineerd is
  • Houdt uw kat binnen. Op die manier is de kans kleiner dat hij een besmettelijke ziekte tegenkomt. Ook kan uw kat geen andere katten besmetten
  • Als uw kat in huis vecht met andere katten is afzondering of euthanasie aan te raden 

Kattenaids kan niet worden genezen....

 

               Katten leukemie virus (FeLV)

 

 

Ongeveer 30% van alle zwerfkatten in Amerika is besmet met FeLV. Ook dichter bij Nederland komt de ziekte veel voor. Door een succesvol zwerfdierenbeleid en goede diergeneeskundig zorg, komen de virussen FIV en FeLV in Nederland relatief weinig voor.
Het blijft belangrijk om dieren te testen op deze dodelijke virussen. De kans dat dieren besmet worden moeten we zo klein mogelijk houden. 
 

 

 

FeLV kan worden overgedragen door vechten, sexueel contact en van moeder op kitten. Het is makkelijker over te dragen dan FIV. Ook door het gezamenlijk gebruik van voerbakjes, likken en niezen is het virus over te brengen.
  Verloop FeLV 

Van alle katten die het virus oplopen, overwint 40% het virus binnen 3 tot 4 maanden.
De andere katten zijn blijvend besmet (persisterende besmetting). Van deze katten overlijdt 25% binnen 1 jaar. Na 3 jaar is 75% van de katten met een persisterende besmetting overleden.

Symptomen FeLV 

Er zijn geen specifieke symptomen die wijzen op FeLV.

Het belangrijkste effect van de ziekte is dat de weerstand van de kat minder wordt. Bloedarmoede, kanker en verschillende andere ziekten kunnen het gevolg zijn van een persisterende besmetting met FeLV.
Na besmetting kan het soms jaren duren voordat de kat ziek wordt.
Lees ook: leukemie kat

Diagnose FeLV

De diagnose FeLV wordt gesteld met een bloedtest.
Als uw kat positief test maar verder niet ziek is, heeft uw kat 40 % kans om de ziekte te overwinnen. We raden aan de kat te isoleren en de test na 3-4 maanden te herhalen.
Als uw kat positief test en ziek is, is de kans groot dat de kat een persisterende infectie heeft. 
In beide gevalen is het raadzaam een FeLV positieve kat te isoleren.
 

Vaccin tegen FeLV 

Er is een vaccin beschikbaar die de kans op een persisterende besmetting verkleint. Dit vaccin wordt in Nederland niet standaard gegeven. lees verder bij Inentingen kat
 

Wat te doen bij een positieve FeLV test 

  • Behandel de ziekteverschijnselen (indien mogelijk).
  • Neem geen nieuwe katten in huis.
  • Zorg voor een goede weerstand: goed eten en een goede vaccinatie.
  • Heeft u maar één kat: houdt uw kat binnen. Op die manier is de kans kleiner dat hij een besmettelijke ziekte tegenkomt. Ook kan uw kat geen andere katten besmetten.
  • Heeft u meer katten: test al uw katten op FeLV en zet alle positieve katten apart. Herhaal de testen bij alle katten na 3-4 maanden.
  • Waarschuw uw buren: uw kat heeft de ziekte opgelopen van een andere kat en mogelijk verspreid.
  • Als uw kat niet geïsoleerd kan worden, of binnenshuis geen leuk leven heeft, is het misschien raadzaam uw kat te laten inslapen. U spaart hiermee de levens van vele andere katten

 

 

     Kattenziekte (feline parvovirus, FPV)

 

 

 

Kattenziekte is een zeer besmettelijke virale maagdarmziekte. De diarree kan variëren van mild tot ernstig tot zelfs dodelijk.
Infecties bij drachtige poezen kunnen leiden tot abortus of hersenschade bij de kittens.
Omdat het virus ook de witte bloedcellen aanvalt, daalt de weerstand van katten met kattenziekte en wordt het dier tevens vatbaar voor andere virussen en bacteriën.

Het virus is met een simpele test aan te tonen in de ontlasting van zieke dieren. Omdat het virus zeer hardnekkig is, is het belangrijk om deze test uit te voeren bij dieren met klachten die kunnen passen bij kattenziekte.
 
Als een kitten met diarree verder geen zieke indruk maakt en gezond lijkt, heeft hij waarschijnlijk geen kattenziekte, maar komt de diarree door een andere oorzaak.

Kattenziekte is een zeer besmettelijke virale maagdarmziekte. De diarree kan variëren van mild tot ernstig tot zelfs dodelijk.
Infecties bij drachtige poezen kunnen leiden tot abortus of hersenschade bij de kittens.
Omdat het virus ook de witte bloedcellen aanvalt, daalt de weerstand van katten met kattenziekte en wordt het dier tevens vatbaar voor andere virussen en bacteriën.

Het virus is met een simpele test aan te tonen in de ontlasting van zieke dieren. Omdat het virus zeer hardnekkig is, is het belangrijk om deze test uit te voeren bij dieren met klachten die kunnen passen bij kattenziekte.
 
Als een
kitten met diarree verder geen zieke indruk maakt en gezond lijkt, heeft hij waarschijnlijk geen kattenziekte, maar komt de diarree door een andere oorzaak.

Niet elke kat met diarree heeft kattenziekte


Niet elke kat met diarree heeft kattenziekte
 

Besmetting met kattenziekte

Besmette dieren verspreiden het virus via de ontlasting. Een kitten kan zich besmetten door contact met een ziek dier, een net hersteld dier of een besmette (en niet ontsmette) ruimte. Het virus kan ook via de kleding en handen van verzorgers worden overgebracht.
 

Symptomen van kattenziekte

  • Braken
  • Diarree
  • Uitdroging
  • Plotselinge dood bij (jong-)volwassen katten met niesziekte-achtige klachten
  • Abortus en hersenschade bij kittens

Diagnose van kattenziekte

De diagnose wordt gesteld met een test voor Parvo bij honden(!).
De test op de ontlasting kan vals-positief uitvallen wanneer de kat in de periode van 7-10 dagen voorafgaand aan de test is gevaccineerd tegen kattenziekte.
 

Behandeling van kattenziekte

We kunnen een dier met kattenziekte behandelen, maar er zijn geen geneesmiddelen tegen het virus zelf. Elke patiënt zal het virus zelf moeten overwinnen. De kans op herstel is afhankelijk van de ernst van de ziekte, de conditie van de kat en de kwaliteit van de zorg.

De behandeling is symptomatisch: middelen tegen braken, vloeistoftherapie (infuus), bloedtransfusies, dwang-/enterale voeding (enterale voeding is voeding die via de maag en darmen wordt gegeven) en breedspectrum antibiotica. De antibiotica zijn nodig vanwege het lage aantal witte bloedcellen.
 

Kattenziekte is een kittenziekte

Elke kat die onvoldoende gevaccineerd is, kan, ongeacht zijn / haar leeftijd, ziek worden van het virus. Omdat volwassen katten in Nederland over het algemeen voldoende beschermd zijn, wordt de ziekte vooral gezien bij kittens.
 
Kittens worden de eerste weken tot maximaal 5 maanden van hun leven beschermd door antilichamen uit de moedermelk. Als deze antistoffen langzaam uit het lichaam verdwijnen, wordt de kitten vatbaar voor kattenziekte. Pas dan kan de kitten zelf langdurige weerstand opbouwen na vaccinatie. Elk kitten heeft dus een periode in zijn leven waarop hij vatbaar is voor het virus en waarop hij kattenziekte kan krijgen.
 

Vaccinatie tegen kattenziekte

In Nederland wordt standaard tegen kattenziekte gevaccineerd en komt de ziekte relatief weinig voor. Vaccinatie is zeer belangrijk om weerstand op te bouwen tegen kattenziekte. Vaccinatie met een verzwakt-levend virus geeft direct bescherming. Na 3 dagen is deze bescherming optimaal.
 
Bij kittens die gevaccineerd worden, kunnen de antilichamen uit de moedermelk er voor zorgen dat het vaccin niet werkt. Hoe lang de moedermelk beschermt, is onder andere afhankelijk van de weerstand (vaccinatiestatus) van de poes en of het kitten de eerste uren van het leven goed heeft gedrinken bij de moeder. In Nederland wordt standaard gevaccineerd op 9 weken leeftijd en daarna elke 3 jaar. Bij twijfel kunnen extra vaccinaties worden gegeven.

lees verder bij
inentingen kat


 

Quarantaine

Omdat het virus erg besmettelijk is, kunnen (mogelijk) besmette dieren het beste in afzondering verzorgd worden.

Na besmet te zijn worden katten meestal binnen enkele dagen ziek, maar het kan ook 2 weken duren. Als een dier niet ziek is, maar besmetting wel mogelijk is, dient een quarantaineperiode dus minimaal 2 weken te duren. Daarna kan een dier veilig bij andere mogelijk vatbare dieren gevoegd worden. 

Als een dier ziek is, is verpleging in quarantaine nodig. Na herstel kan de kat het virus nog twee weken uitscheiden. Het is dus verstandig het dier in die periode nog in quarantaine te houden.

Als een ontlastingstest kattenziekte (=Parvo) negatief is, is verplaatsen naar een omgeving met goed gevaccineerde katten te overwegen en kan een quarantaineperiode korter zijn.

Voordat dit genezen dier de isolatie verlaat, raden wij aan hem goed te wassen: viezigheid in de vacht kan virussen bevatten.
 

Alleen chloor doodt het kattenziekte virus

Het kattenziektevirus is een hardnekkig virus. Het virus kan in een donkere en vochtige omgeving maanden tot jaren overleven. Het virus kan worden overgebracht via kleren en handen.

Verzorgers dienen in de quarantaine beschermende kleding (inclusief handschoenen) te dragen.

Alleen chloor kan het virus doden. Alcohol en quaternaire ammoniumzouten zijn geen effectief desinfectiemiddel tegen kattenziekte.
Omdat chloor niet werkt op ontlasting, grond en andere zichtbare viezigheid, moet voor het ontsmetten een ruimte eerst grondig worden schoongemaakt met zeep. Na het verwijderen van de zeepresten kan chloor worden aangebracht, waarna het voldoende tijd moet krijgen om zijn werk te doen (zie hiervoor instructies op de verpakking van de chloortabletten). Na grondige schoonmaak en ontsmetting (liefst twee maal) van een ruimte, is een ruimte meteen weer bruikbaar.

Als chloor niet gebruikt kan worden (bijvoorbeeld in een huiskamer of in de tuin), kan herhaald grondig schoonmaken het aantal virusdeeltjes verminderen.
 

Kattenziekte bij mensen

Met kattenziekte bij mensen wordt Toxoplasmose bedoeld. Deze ziekte heeft niets met kattenziekte (FPV) bij de kat te maken. FPV is niet gevaarlijk voor de mens.
 

Kattenziekte bij honden

Met kattenziekte bij honden wordt Parvo (CPV) bedoeld. Hoewel CPV en FPV erg op elkaar lijken kunnen katten en honden niet ziek worden van elkaars parvovirus. Wel kunnen honden het kattenvirus van de ene kat naar de andere kat brengen en katten het hondenvirus van hond naar hond. 

 


Niet elke kat met diarree heeft kattenziekte

 

    Besmetting met kattenziekte

Besmette dieren verspreiden het virus via de ontlasting. Een kitten kan zich besmetten door contact met een ziek dier, een net hersteld dier of een besmette (en niet ontsmette) ruimte. Het virus kan ook via de kleding en handen van verzorgers worden overgebracht.
  Symptomen van kattenziekte

  • Braken
  • Diarree
  • Uitdroging
  • Plotselinge dood bij (jong-)volwassen katten met niesziekte-achtige klachten
  • Abortus en hersenschade bij kittens
           Diagnose van kattenziekte

De diagnose wordt gesteld met een test voor Parvo bij honden(!).
De test op de ontlasting kan vals-positief uitvallen wanneer de kat in de periode van 7-10 dagen voorafgaand aan de test is gevaccineerd tegen kattenziekte.
  Behandeling van kattenziekte

We kunnen een dier met kattenziekte behandelen, maar er zijn geen geneesmiddelen tegen het virus zelf. Elke patiënt zal het virus zelf moeten overwinnen. De kans op herstel is afhankelijk van de ernst van de ziekte, de conditie van de kat en de kwaliteit van de zorg.
De behandeling is symptomatisch: middelen tegen braken, vloeistoftherapie (infuus), bloedtransfusies, dwang-/enterale voeding (enterale voeding is voeding die via de maag en darmen wordt gegeven) en breedspectrum antibiotica. De antibiotica zijn nodig vanwege het lage aantal witte bloedcellen.
  Kattenziekte is een kittenziekte

Elke kat die onvoldoende gevaccineerd is, kan, ongeacht zijn / haar leeftijd, ziek worden van het virus. Omdat volwassen katten in Nederland over het algemeen voldoende beschermd zijn, wordt de ziekte vooral gezien bij kittens.
 Kittens worden de eerste weken tot maximaal 5 maanden van hun leven beschermd door antilichamen uit de moedermelk. Als deze antistoffen langzaam uit het lichaam verdwijnen, wordt de kitten vatbaar voor kattenziekte. Pas dan kan de kitten zelf langdurige weerstand opbouwen na vaccinatie. Elk kitten heeft dus een periode in zijn leven waarop hij vatbaar is voor het virus en waarop hij kattenziekte kan krijgen.
  Vaccinatie tegen kattenziekte

In Nederland wordt standaard tegen kattenziekte gevaccineerd en komt de ziekte relatief weinig voor. Vaccinatie is zeer belangrijk om weerstand op te bouwen tegen kattenziekte. Vaccinatie met een verzwakt-levend virus geeft direct bescherming. Na 3 dagen is deze bescherming optimaal.
 Bij kittens die gevaccineerd worden, kunnen de antilichamen uit de moedermelk er voor zorgen dat het vaccin niet werkt. Hoe lang de moedermelk beschermt, is onder andere afhankelijk van de weerstand (vaccinatiestatus) van de poes en of het kitten de eerste uren van het leven goed heeft gedrinken bij de moeder. In Nederland wordt standaard gevaccineerd op 9 weken leeftijd en daarna elke 3 jaar. Bij twijfel kunnen extra vaccinaties worden gegeven.
lees verder bij inentingen kat
  Quarantaine

Omdat het virus erg besmettelijk is, kunnen (mogelijk) besmette dieren het beste in afzondering verzorgd worden.
Na besmet te zijn worden katten meestal binnen enkele dagen ziek, maar het kan ook 2 weken duren. Als een dier niet ziek is, maar besmetting wel mogelijk is, dient een quarantaineperiode dus minimaal 2 weken te duren. Daarna kan een dier veilig bij andere mogelijk vatbare dieren gevoegd worden. 
Als een dier ziek is, is verpleging in quarantaine nodig. Na herstel kan de kat het virus nog twee weken uitscheiden. Het is dus verstandig het dier in die periode nog in quarantaine te houden.
Als een ontlastingstest kattenziekte (=Parvo) negatief is, is verplaatsen naar een omgeving met goed gevaccineerde katten te overwegen en kan een quarantaineperiode korter zijn.
Voordat dit genezen dier de isolatie verlaat, raden wij aan hem goed te wassen: viezigheid in de vacht kan virussen bevatten.
  Alleen chloor doodt het kattenziekte virus

Het kattenziektevirus is een hardnekkig virus. Het virus kan in een donkere en vochtige omgeving maanden tot jaren overleven. Het virus kan worden overgebracht via kleren en handen.
Verzorgers dienen in de quarantaine beschermende kleding (inclusief handschoenen) te dragen.
Alleen chloor kan het virus doden. Alcohol en quaternaire ammoniumzouten zijn geen effectief desinfectiemiddel tegen kattenziekte.
Omdat chloor niet werkt op ontlasting, grond en andere zichtbare viezigheid, moet voor het ontsmetten een ruimte eerst grondig worden schoongemaakt met zeep. Na het verwijderen van de zeepresten kan chloor worden aangebracht, waarna het voldoende tijd moet krijgen om zijn werk te doen (zie hiervoor instructies op de verpakking van de chloortabletten). Na grondige schoonmaak en ontsmetting (liefst twee maal) van een ruimte, is een ruimte meteen weer bruikbaar.
Als chloor niet gebruikt kan worden (bijvoorbeeld in een huiskamer of in de tuin), kan herhaald grondig schoonmaken het aantal virusdeeltjes verminderen.
  Kattenziekte bij mensen

Met kattenziekte bij mensen wordt Toxoplasmose bedoeld. Deze ziekte heeft niets met kattenziekte (FPV) bij de kat te maken. FPV is niet gevaarlijk voor de mens.
  Kattenziekte bij honden

Met kattenziekte bij honden wordt Parvo (CPV) bedoeld. Hoewel CPV en FPV erg op elkaar lijken kunnen katten en honden niet ziek worden van elkaars parvovirus. Wel kunnen honden het kattenvirus van de ene kat naar de andere kat brengen en katten het hondenvirus van hond naar hond.